Verslag en foto's vriendendinner met Jan Trachet

Culturele activiteit - Verdwenen voorhavens in de Zwinregio met knipoog naar De Hanze - Back to the future
 
‘De toekomst is de dageraad van het verleden’ is een uitspraak van de Nederlandse publicist Cees Zwart en vat zowat deze toch wel speciale avond samen. Neen, we hebben deze keer geen bankier of een panel van ‘subject matter experts’ op bezoek, ook geen ondernemer wiens voorbeeld we kunnen volgen, maar een heuse historicus.

In het geschiedkundig onderzoek worden er nog altijd volop hypotheses geformuleerd. De manier waarop ze al dan niet bevestigd, hetzij verworpen worden, is gewijzigd. Geschiedenis gedraagt zich steeds vaker als een ‘multidisciplinaire wetenschap’ zo blijkt. Zeker de archeologie als discipline beweegt zich meer en meer op het terrein van de ‘niet-invasieve’ technieken. 

Alhoewel ‘schop en spatel’ nog altijd heel belangrijk zijn, wordt een bepaald terrein of een bepaalde site, vooral de evolutie ervan, in kaart gebracht door andere technieken zoals:

• magnetische resonantie (lokalisatie van metalen); 

• elektrische geleidbaarheid (reciproke van de elektrische weerstand) van de grond voor inzicht in ondergrondse structuren, grondvesten, steenfracties, cementclusters enz.;

• intensieve luchtfotografie (al dan niet met behulp van drones) en zeker bij droog weer kan je haarscherp zien waar er sporen zitten van teloorgegane gebouwen; 

• infraroodfotografie, enz. 

De geschiedkundige vorser moet nog altijd over een gedegen kennis beschikken en goed thuis zijn in verbanden leggen tussen gevonden documenten en andere geschreven bronnen. Hij moet zich echter ook meer en meer kunnen ontpoppen als een communicator die moderne technieken zodanig ‘in batterij’ kan zetten en stroomlijnen, dat ze bijdragen tot het ultieme doel: inzicht geven in het verleden. 

Na een kwartiertje zitten onze leden allemaal op het puntje van hun stoel… Jan houdt ons eigenlijk een spiegel voor en bevestigt wat we als ondernemer elke dag doen en herkennen: verschillende disciplines laten samenwerken om onze doelstellingen te behalen. 

De historicus die zich ontpopt als een manager, of is het woord ‘leider’ hier meer op zijn plaats? Met de gedrevenheid waarmee hij alles aan de man (m/v) brengt, lijkt het erop dat zijn inzicht en abiliteit om verschillende disciplines met elkaar te laten samenwerken een sleutel is geworden tot het succes van zijn thesis. 

In een snel tempo laat hij ons verbanden zien tussen wegen en waterlopen op o.a. oude kaarten van Bruggeling Pieter Pourbus (naast schilder ook cartograaf) en hij vergelijkt ze met de resultaten van de analyses d.m.v. moderne technieken. We zien het allemaal voor ons ontrollen. De brede zwinmonding die langzaam maar zeker gaat verzanden, grote schepen die Sluis, Hoeke en Monnikerede aandoen. Overslag op kleinere bootjes, die vervolgens hun weg naar Damme en Brugge verderzetten. Hoeke wordt gepositioneerd als grote scheepswerf. Schepen werden er onderhouden en klaargemaakt voor hun nieuwe reis. 

Even dwalen de gedachten af: een mix van nationaliteiten en herkomsten, timmerlui, meesters en leerlingen. Bedrijvigheid, hete smidses, aambeelden, lawaai, gloeiende ovens …  Dante had misschien hier in Hoeke een intro op zijn ‘Hel’ kunnen schrijven. 

Jan staat stil bij niet-inheemse keien en stenen, teruggevonden in de omgeving, vaak in grote concentraties. Het heeft even geduurd vooraleer de herkomst ervan kon worden bepaald. De artefacten bleken o.a. uit Noord-Europa (Hanzesteden!) en Schotland te komen. Hoe zijn ze hier geraakt?  Die stenen waren gewoon ballast, aan boord gehaald om schepen met lichtere vracht toch stabiel te houden. Ook de Vlaamse baggeractiviteit gaat eeuwen terug.

Alle moderne technologie ten spijt en tot onze verbazing trekt Jan de aandacht op een kleine sympathieke medestander in zijn historisch wetenschappelijk onderzoek: de mol. Hij heeft talloze molshopen in de omgeving geanalyseerd en in kaart gebracht. Deze kleine (in dit geval West-Vlaamse) wroeter haalt scherven ceramiek, glaswerk, vaatwerk … naar boven waarvan kan worden afgeleid wanneer de Zwinsteden bloeiperiodes kenden, data die dan gerelateerd kunnen worden aan andere bronnen (klassieke en moderne).  

De toekomst is de dageraad van het verleden…  de Zwinmonding, de bloei van Brugge en de Zwinsteden, de verzanding, het verval… Maar er is ook een heropstanding met o.a. onze Haven van Zeebrugge. Misschien is onze nieuwe A11 wel de ultieme link tussen het verleden en de toekomst van onze regio… 

In elk geval, een promenade langs de Damse Vaart - al dan niet met de fiets - zal vanaf nu nooit meer dezelfde zijn. Telkens we over het grondgebied van Monnikenrede en Hoeke passeren, zullen we denken aan Jans exposé, die beide plaatsen op een boeiende manier voor ons weer tot leven ‘blies’. 

Daarmee kan je meteen ook de maatschappelijke relevantie van historisch onderzoek voor een groot deel beantwoorden … Of is het allemaal ‘ballast’ ? Hebben we net niet geleerd dat zonder ballast holle schepen omslaan … 

De toegankelijkheid van deze jonge vorser wordt bevestigd tijdens de gesprekken in de bar waar De Hanze ook verder aan bod komt. De eerste handelsnederzetting van De Hanze was er wellicht rond 1250 in Hoeke en er valt zeker nog verder interessant onderzoek te gebeuren. Aan de vooravond van het 40-jarig bestaan van onze keitoffe club was dit alvast een mooie inleiding. Meer nieuws over wat dit jubileumjaar voor ons in petto heeft, volgt. Alvast een prettige jaarovergang en een gelukkig, gezond en boeiend 2018!

Opgemaakt op: 28.12.2017
« Alle nieuws